Skip to content

Wennen

februari 6, 2012

"End Times" © Jill Greenberg, 2005

Je past nog maar net in de Maxi Cosi en zit naast me op de passagiersstoel in de auto. Het is maandagochtend. Je hebt nog een slaapje gedaan, maar helaas moest ik je wakker maken. Om uiterlijk half 10 moeten we namelijk binnen zijn op het kinderdagverblijf. Hier ga je sinds begin januari iedere maandag en vrijdag heen. Je was toen net zeven maanden. In vergelijking met sommige kindjes van wie de mama en papa naar hun werk moeten was het best ‘laat’, om je met zeven maanden ‘pas’ te brengen. Voor mij voelde het echter onnatuurlijk om dat al eerder te doen. Gelukkig kan ik als ZZP’er mijn eigen werktijd indelen en stond ik niet onder druk om je naar de crèche te brengen. Al moet ik toegeven: overdag werken is een stuk prettiger dan ’s avonds.

Misschien zou ik nóg later gebracht hebben, als ik eerder geweten zou hebben dat je per 1 maart terecht kunt bij het kinderdagverblijf wat mama’s en papa’s grote favoriet in de buurt is. Dat hoorde ik pas begin januari. Nu voelt het best raar om je te laten wennen op een plek waar je al zo snel weer weg gaat. Toch willen papa en ik het aanbod van het andere kinderdagverblijf niet weigeren. De lijst met pluspunten is te lang om op te sommen. Als ik andere ouders mag geloven is het wel beter dat je nu al ergens heen gaat. Binnenkort komt de fase waarin je waarschijnlijk een stuk eenkenniger zult zijn dan je nu al bent en dan zou wennen nog moeilijker zijn voor je.

Als ik naast me kijk glimlach je naar me. Een bescheiden lachje dat anders is dan ik van je gewend ben, maar dat ik wel al eerder zag. Vanaf dezelfde plek, tijdens dezelfde rit. Alsof je weet wat gaat komen. In het begin liet ik je steeds lachend achter bij de andere kindjes, maar moest je wel direct huilen als je me aan het eind van de middag weer zag. Dan strekte je je armpjes uit en kroop je zowat in me als ik je vasthield. Dat deed je de afgelopen keren ook, maar… je huilde ook als ik wegging. Vandaag gebeurt dat helaas weer. Ik heb je jasje uitgedaan en loop rustig met jou op mijn arm op het groepje af. De kindjes zitten al klaar voor hun fruithap. “Oskar! Hoe was je weekend?,” vraagt de lieve leidster vrolijk. Je knijpt hard in mijn arm en wendt je hoofd af. Ik probeer je op je gemak te stellen en vertel je dat een heerlijke fruithap op je staat te wachten die je gezellig met de andere kindjes op kunt eten. Het kan je weinig interesseren. Het enige wat voor jou geldt is dat ik niet weg ga.

Dan is daar het moment dat de leidster vraagt: “Zal ik hem van je overnemen?” Ik geef je een kus, vertel je dat ik je straks weer kom halen en met een grote glimlach, om je te laten zien dat alles okay is, geef ik je aan haar. Direct zet je het op een luidkeels brullen. Zo opgewekt mogelijk zeg ik “Dag Oskar, tot straks!”, maar van binnen krimpt mijn hart ineen. Ik sluit de deur en de paniek in je ogen is het laatste wat ik zie. Eenmaal buiten zie ik dat de leidster voor het raam is gaan staan. “Even zwaaien naar mama! Dag mama”. Ik hoor je door het raam heen krijsen, zwaai kort, lach nog even en loop dan zo snel mogelijk naar de auto. Het gaat me steeds moeilijker af om je huilend achter te laten, merk ik. Tot nu toe heb ik het droog weten te houden, maar tijdens de terugrit voel ik de tranen over mijn wangen stromen. Slik. Wat is dit wennen, ook voor mij.

Tijdens het werken moet ik een paar keer aan je denken en dan voel ik gelijk een knoop in mijn maag. Hopelijk heb je het toch naar je zin daar. Tussen half vier en zes is het ophaaltijd en ik sta als eerste op de stoep. Je krijgt op dat moment net je flesje en weer huil je zodra je me ziet. Gelukkig is daar snel weer de grote lach van de vrolijke Oskar zoals ik hem ken, zodra ik het van de leidster overneem en het flesje ‘afmaak’. Haar collega komt erbij zitten en vertelt in geuren en kleuren wat je die dag allemaal gedaan hebt. Vooral als de leidsters even wegliepen, was je al snel uit je doen, maar verder heb je het wel naar je zin gehad en ook laten zien hoe goed je al kunt staan. Ik voel me opgelucht als ik dat hoor. Een week eerder was het nog: “Hij heeft het zwaar gehad vandaag.” Ik spreek mijn schuldgevoel uit naar de leidster en we hebben er een prettig gesprek over. Een kwartier later zijn we thuis en val jij als een blok in slaap.

Een paar dagen later spreek ik met de eigenaresse van de nieuwe plek. We gaan er eind deze maand een kijkje nemen. De wenprocedure is iets anders dan ik op onze huidige crèche heb meegemaakt. Wennen houdt binnenkort in dat ik de eerste keer met jou samen een kijkje ga nemen, zonder weg te gaan. De tweede keer, een dag later, ga ik slechts een half uurtje weg. En daarna is het advies om je niet direct hele dagen te brengen, maar het op te bouwen. Uiteraard heeft ook dit kinderdagverblijf vaste openingstijden, maar de breng- en ophaaltijden zijn flexibel en mogen door mama of papa zelf bepaald worden. Bij het brengen hoef ik niet direct weer weg, maar mag ik gerust een kopje thee blijven drinken en nog een verhaaltje voorlezen. Dat klinkt goed! Je gaat straks iedere week twee dagen achter elkaar daarheen. Hopelijk zorgt dat ervoor dat je je sneller op je gemak zult voelen op een plek die anders is dan thuis.

Toch heb ik er het volste vertrouwen in, dat er een dag gaat komen dat je blij bent om met andere kindjes te kunnen spelen en… het duurt nog even… samen te ravotten in de tuin of misschien wel appels te plukken!

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: